woensdag 31 augustus 2016

De Tien: Beste acteurs “Estafette Race”

Door de grote cultuurkenner Gert Verbeek ben ik uitgenodigd om mee te doen aan een estafette. Naar een idee van De Filmkijker.com buigen bloggers zich over een belangwekkende vraag: wie is de beste acteur aller tijden? De selectieprocedure is simpel. Eén acteur eruit, een ander erin. Het gaat hier dus om een dynamische top 10. De reeks wordt zo een langzaam uitdijend universum van grote namen en 'geheimtips'. Sterren verschijnen en verdwijnen. Wie de regels en de eerste selectie van Nostra nog eens rustig tot zich wil nemen, klikt hier. Daar check je ook de links naar webloggers die al eerder aan de lijst mochten sleutelen. Voor mijn keuze vertrek ik (dus) vanuit Gert's tiental. Aan het eind van het verhaal zal ik op mijn beurt één acteur uit de lijst hebben geschrapt, en er eentje hebben toegevoegd. Vervolgens wordt het stokje doorgeven aan een nieuwe deelnemer, waarvan ik dan maar hoop dat deze kenner mijn keuze de volgende ronde laat overleven!

De Blijvers

Als ware Subjectivist heb ik de lijst eerst maar eens op alfabet gesorteerd... Eén van de grootste 'nieuwe' namen meldt zich prompt als haantje de voorste aan het front. En terecht. Michael Fassbender toont zich al enkele jaren een waaghals, nooit te beducht om zichzelf helemaal af te pellen. Veel fysieke 'in your face'-rollen, waarin hij als ware katholiek groots lijdt. Overdaad schaadt (nog) niet, maar wanneer Fassbender het kleiner houdt, schroeit zijn screen presence des te meer. In het broeierige Fish Tank viel hij me voor het eerst op. In dit subtiele Engels drama windt hij de dochter des huizes gluiperig op, en om de vingers. Met dank ook aan een leip dansje op een parkeerplaats.
Ik wil niet per se de snob uithangen - laten we het respectvol cinefiel noemen - maar de huidige lijst bevat érg veel Hollywood-namen. En dat terwijl de hoogtijdagen van de droomfabriek decennia achter ons liggen. De laatste gouden opflakkering voltrok zich in de jaren '70. Zelfs Tom Hanks stond toen nog op de planken, in plaats van voor de camera. In zekere zin symboliseert de goedzak daarmee het tijdperk van de perfect afgestemde massaconsumptie. In zijn stiel heb je aan Hanks een betrouwbare lopende band-werker. Saving Hollywood's Banks. Hij is er altijd bij, net als Forrest Gump. Ik herinner me hem het best uit het AIDS-drama Philadelphia. Ja, zelfs ome Tom loopt dus toch wel eens voor de troepen uit.
Zijn voornaam blijf ik maar onthouden als Thomas... Vreemd. Intellectuele geintjes daargelaten, acteurs die weten te verdwijnen in een rol zijn altijd een pré. Tom Hardy kan dat. Soms letterlijk, denk maar aan die keer dat hij in Batman deeltje duizend, verstopt achter een masker (en met maffe stemvervormer) opdraafde. Maar wanneer iemand figuurlijk in een rol weet op te gaan, mag je het klasbak-vinkje echt plaatsen. The Revenant is zo'n rol. Pas richting einde besefte ik dat de baardige premiejager Hardy moest wezen. Hij kan mee met DiCaprio (die eerder de lijst heeft moeten verlaten). Uit de filmografie van Hardy wijs ik u verder met veel plezier op Locke. Hardy verdwijnt één nacht in één auto. Tot slot nog een profetie. Ooit zal Hardy een Oscar-winnen als dikzak.
Helaas schijnt hij Trump niet meer in het gezicht te willen meppen. Dan zullen we zelf maar zachtjes mompelen: 'jemand sollte schnell diesen Stadt hier ausmisten.' Zelfs in nagesynchroniseerd Duits klinkt Robert De Niro nog altijd als the king of cool. Wat een grootheid. Natuurlijk in de eerste plaats dankzij zijn werk met Martin Scorsese, waarmee hij - onder meer! - de vechtersbaasjes ter wereld een gezicht gaf. Zijn schurken balanceren altijd op de rand van gekte, en verkrijgen juist daardoor een ongemakkelijke menselijkheid. De tragische held die weet dat hij ten gronde gaat, en het toch niet meer kan voorkomen. In bijrollen mag er wat vaker gelachen worden. Zijn uitdossing in Brazil alleen al. Als obscuur tipje noem ik hier nog De Niro's eerste grote rol, Bang the Drum Slowly. Als altijd, rafelig en humaan.
Zo staan de twee Manhattan Boys gebroederlijk naast elkaar. Gevoelsmatig klopt dat ook, hoewel ze pas in Heat voor het eerst het scherm deelden. Mocht er iemand - maar liever niet één van hen - geheel 'in Little Italy character' een pistool tegen mijn kop zetten, dan zou ik toch voor Al Pacino kiezen. Zijn werkopvatting bevalt me beter, hij drijft minder op puur talent, maar is als theaterman blijven graven in zijn psyche. Zijn method acting voelt ook net iets meer verinnerlijkt.  Bovendien casht hij al vroeg de Sidney Lumet-bonus. Dog Day Afternoon kan in de top tien beste films ooit. Pacino's werk is in de seventies sowieso verbijsterend goed, van zijn acht films uit dat decennium zijn er zeker zes goed, en de andere twee heb ik niet gezien! Panic at Needle Park en Scarecrow blijven altijd bij je. Niemand kan zich zo verbeten in zichzelf opsluiten.
Het heeft een zekere ironie dat Marlon Brando de lijst alweer uit is gebonjourd. Mark Ruffalo vertrouwt immers al een hele carrière op zijn binnensmonds mompelende Brando-schtick. Kijk maar naar de gelijkenis in het plaatje (al is hij daar nu net even geagiteerd). Toch laat ik copycat Ruffalo - die ook veel van Vince Edwards leerde - zonder brommen staan. De man barst bijna uit zijn shirt van de gun-factor. Hij was er bovendien al bij in dé toffe film die mijn liefde voor cinema aanwakkerde: Eternal Sunshine of the Spotless Mind. Met Ruffalo in een Amerikaanse project ben je verzekerd van een paar uurtjes genieten, net buiten de mainstream. Het kan geen toeval zijn dat zowel mijn favoriete recente Scorsese (Shutter Island) als de allerbeste Fincher (Zodiac) van man's diensten gebruik maken. You can count on Ruffalo.
Wie ooit de narratologische 'classic' De Held met de Duizend Gezichten heeft gelezen, weet dat verhalen uiteindelijk allemaal op elkaar lijken. Een mens blijft een mens. Iedere cultuur kent zijn sprookjes en sagen over leven, trouwen en sterven. Ik zeg dit, omdat ik geloof dat velen ten onrechte cinema uit andere tijden en werelddelen laten voor wat het is. Zonde, want je krijgt hetzelfde, maar vanuit een nét even andere positie. Dat inspireert. De Japanse regisseur Kurosawa wist op die manier Amerikaanse westerns te beïnvloeden, en werkte zelf met materiaal van oude Russen. Zijn meest vertrouwde acteur is de aandoenlijke Takashi Shimura. Hij is erbij in toppers als The Hidden Fortress, Stray Dog en het iconische Ikiru, waarin hij een o zo herkenbare, onfortuinlijke ambtenaar speelt. Wij zijn allen Japanse bureaucraten.
Een man geboren met de stropdas om. Minzaam glimlachend. Of het nu als politieman of president is, Kevin Spacey wekt de indruk dat hij gaat vertellen hoe het allemaal zit. Dat hij daarbij meestal van een koude kermis thuiskomt, is logisch. Daar begint het drama. De middle class man die zijn krachten te boven is gegaan, en in een midlife crisis belandt. Ik vond het zo-even in mijn stukje over Pacino al jammer dat de ruimte 'ontbrak' om de klassieker Glengarry Glen Ross te noemen. Met Spacey krijg ik een nieuwe kans. Kantoorfilms zijn sowieso een van zijn specialiteiten. Margin Call rekent indringend af met het 'dealen' en 'closen'. Een onmisbare film in huidige tijden. En hoe deze gefrustreerde mannetjes zich thuis afreageren, weten we van American Beauty. Spacey houdt de vinger aan de pols van de samenleving.
Voor mij is Robin Williams vooral een jeugdherinnering. Dan gelden andere criteria. Een film als Hook zal ongetwijfeld 'objectief' volkomen kut zijn, maar ik heb de video tientallen keren gezien. ('Rufio! Rufio! Rufio!'). Hetzelfde geldt voor Jumanji, een film die de tand des tijds wél schijnt te hebben doorstaan. (Maar durf het eens te verifiëren...) 'Fisher King' Williams lijkt verstopt achter giga-baarden altijd het best op dreef. Als ultieme escapist lacht hij de pijn weg met grappen en grollen. Wellicht dat Williams zelf nog het liefst terug in die wonderlamp ging. Zijn tragische einde verhinderde dat hij tijdens een uitloper van zijn carrière het serieuzere werk uitgebreid verkende. Insomnia en One Hour Photo bewezen dat zelfs clown Williams zijn duistere kant durfde te tonen. Zou hij er soms van zijn geschrokken?

De Verdwijner
Ben Stiller mag de biezen pakken. Zijn type komedies is gewoon niet het mijne. Te licht, te flauw. Een typetje als Zoolander, alsjeblieft zeg. En als het om spelen van 'schmucks' gaat, wordt Stiller zelfs verslagen door zijn eigen goedkope versie: Steve Carell. In zijn hoedanigheid als regisseur wil ik hier nog wel een goed woordje aan de man wijden. Misschien functioneert Stiller het het best als speler/coach. Wie The Cable Guy, Tropic Thunder en Reality Bites maakt, kan in elk geval mensen aansturen. Of er hoop in deze richting zit, waag ik echter te betwijfelen. The Secret Life of Walter Mitty was weer gewoon een vrij matig vehikel. Stiller moet maar wat stiller op de achtergrond blijven... (Inkoppertje op niveau!)

De Verschijner
Eerste gedachten zeggen altijd wat. Olivier Gourmet, toeterde mijn achterhoofd enthousiast, toen ik over De Keuze peinsde. De Belgische sukkelaar schitterde in vele Dardennes-films, met Le Fils als uitschieter. Wat later overwoog ik de klassieke Amerikanen. Deze estafette kan eigenlijk niet zonder grootheden als Humphrey Bogart, Robert Mitchum en Richard Widmark. Zonder hen geen film noirs. Toch keer ik liever terug naar het Europese continent, en naar een 'kleine' rommelaar. Ooit omschreef ik Max von Sydow als de 'verpersoonlijking van depressie', en alhoewel dat voor feestneuzen vast geen aanbeveling lijkt, moet een korte blik op zijn oeuvre de grootste twijfelaar kunnen overtuigen. Max von Sydow is wandelende filmgeschiedenis, al acht decennia lang. Hij werkte gedurende die lange carrière met elke regisseur van belang. De grote namen opnoemen zou letterlijk een heel alfabet vergen, van Allen tot Zurlini. En altijd bleef de Zweed overeind. Je kunt rustig stellen: Max von Sydow schaakte met de dood, en hij won. Een beetje filmfan zal 'm zodoende elk jaar tegenkomen. Dit jaar zag ik hem twee keer. In Pelle Erobreren speelt Von Sydow een onbeholpen en onbeletterde Zweedse boer, die met zijn zoontje naar Denemarken trekt. Het leven daar valt bitter tegen, maar één ding slijt niet. Zijn liefde voor zijn kleine man. Von Sydow speelt de lastige rol van simpele ziel zo sterk, dat hij bijna niet te herkennen is. Zoiets is een teken van grote kunnen. Een nog grootsere verdwijntruc voert hij op in The Magician, een film van Ingmar Bergman, waarvoor hij zijn meest persoonlijke werk leverde. In de titelrol als goochelaar hoeft (en kan) Von Sydow niet spreken. Zoiets belemmert hem niet. Intens zwijgend spreken zijn ogen. Inderdaad, als oneindig diepe filmkijkers. 'Vermom je, opdat ik je weer herken.'

Dank voor het lezen. De volgende deelnemer is Tim Bouwhuis!

The Day of the Jackal

'It might be dangerous. It's certainly distasteful.' Andere tijden in Frankrijk, het blijken dezelfde tijden. The Day of the Jackal past perfect bij de terreurzomer. OAS of IS, what's the difference? Er wordt bij Zinneman geen woord Frans gesproken, maar dat boeit nauwelijks. Frankrijk en Amerika vertonen zoveel overeenkomsten. Nationalistische machtsstaten getekend door fascistische en religieuze ondertonen. Landen met een sterke segregatie bovendien. Allemaal elementen die broeierig op elkaar inwerken. Begin sixties contracteren rechtse krachten een moordenaar om De Gaulle kalt te stellen. De professional neemt de touwtjes meteen stevig in handen. Geld? 'Use your network to rob some banks.' Bijna tweeënhalf uur aan handelingenfilm lang verkeren we in het gezelschap van de 'gentleman schurk'. Edward Fox lijkt zelfs wat op David Bowie. Hij rijdt in een Bond-karretje, draagt een koket sjaaltje, en versiert dames én heren. Stijlvol, moet je concluderen. En precies als pervers genoegen intrigeert de film. Geweld is het nieuwe 'cool'. In een perfect contrast wordt de killer achtervolgd door zijn totale tegenhanger. Michael Lonsdale speelt een inspecteur op zijn smoezeligst. Alsof Dutroux dik en duivenmelker was. De slot-stunt vond ik wat vergezocht, maar het laatste shot treft doel. Kan The Jackal iedereen zijn? 'We are not terrorists, you understand, we are patriots.'

Seven Days to Noon

'Dark, dark, dark, amidst the blaze of noon.' Hoe korter je pitch, hoe flitsender het idee. Deze Britse Bouling Brothers-productie kan in twee woorden. Pacifistische aanslag. Met de bom dreigen, opdat De Bom niet valt. Londen heeft het zitten, wanneer een professor dit plan smeedt. De metropool oogt rommelig en claustrofobisch druk, om het contrast met het einde nog wat groter te maken. De goede terrorist houdt zich een week lang schuil voor de massaal opgetrommelde politiemacht. Op die manier krijgen we leuke lokale details voorgeschoteld. Zo bivakkeert hij in een café met toepasselijk atomische flipperkast, spendeert ie een nachtje bij een achterdochtige hospita – 'Of course I won't allow theatricals in the house' – en bezoekt noodgedwongen de kapper. Die spamt 'm prompt met een haarmiddeltje. Een week lang Wanted bevalt de nerveuze man maar matig. Zijn achtervolgers hebben hun oordeel snel klaar. 'A funny sort'. Iemand die voor de wereldvrede pleit, moet wel wereldvreemd zijn. De stad en de vele jagers houden juist van spektakel. Er klinkt een verlekkerd 'the eyes of the whole world will be upon us'. Baudrillard zou het wel weten. De gedachten gaan al snel naar huidige tijden. Staatsapparaten in permanent staat van beleg. Gedurende de zeven dagen groeit daarom de hoop dat de klap komt. Verdiende loon voor de mensheid.

dinsdag 30 augustus 2016

The More the Merrier

'I prefer sharing my apartment with a lady.' 'So would I.' Niet voor één gat te vangen, die Charles Coburn. En ook niet dóór een gat, zogezegd... Hollywood heeft wel wat met wedding planners. In The More the Merrier huurt een 'nette kerel' een appartement bij Jean Arthur. Beter gezegd, hij eigent zich het halve huisje toe. Gevat als een Nick Lowe-songtekst draait hij de vurrukkulluke ambtenaar zodanig door, dat ze verbijsterd instemt. Ze krijgt er wel wat voor terug. Coburn schenkt 's ochtends een oude mannen-straaltjes koffie in. Hij wil zich bovendien best aan haar ongelofelijke OCD tijdschema houden. 'At 7.01 I enter the bathroom.' Morning slapstick. Later liggen de twee gescheiden door een muurtje in bed. Slechts één heeft vlechtjes, maar beide zijn al aardig op elkaar afgestemd in de streepjespyjama's. Het plannetje van het oude mannetje bevat echter ook nog een tweede fase. Zo'n sexy jongedame single, dat gaat toch niet? De gortdroge straight guy Joel McCrea vergroot de chaos in het hoofd van Arthur alleen maar. Weg regelmaat. Coburn en McCrea vormen een heerlijk winnend team met hun 'oh boy'-mentaliteit. Vriendschap is: samen Dick Tracy lezen. Om het helemaal af te maken worden hun spelletjes onderbroken door idiote intermezzi. Ergens komt er zelfs nog een Wes Anderson-achtige boy scout binnenstormen. Heupwiegende onzin voor alle leeftijden.

maandag 29 augustus 2016

The High and the Mighty

Het viel niet mee deze 'historisch belangwekkende' rampenfilm serieus te nemen. Dat krijg je ervan als je dezelfde zomer Airplane kijkt. Die melige komedie liet gezagvoerder Robert Stack zijn pilotending nog eens overdoen. Merkwaardig genoeg kenmerkt ook The High and the Mighty zich door een goofy sfeertje, inclusief gulp-grappen en sullige dialogen. 'How do you know these things?' Door de tientallen minuten aan weeïge expositie voor vertrek! Personages vertellen elkaar alles wat zij al weten, maar wij nog niet. En of dat nou zoveel zin heeft? Dit is geen 'Airship' of Fools. In het vliegtuig verzamelt zich een oubollige fifties-melange. Traditioneel tot en met. Vooral de onderkruiperige Aziatische schrijnt enorm. Haar niet-status wordt continu benadrukt doordat de Amerikanen haar vertellen 'dat ze heus niet zo dom is.' De yanks houden zich verder vooral bezig met kleinschalig seksisme. Pas wanneer het houtje touwtje-vliegtuigje neer dreigt te storten, stijgt het niveau wat. Glazen gaan rinkelen (Jurrassic Park!) en plotseling wordt akelig duidelijk hoe fragiel een vliegtuig zonder boordcomputer eigenlijk nog is. Motoren beginnen net zo fanatiek roken als de mensen. Een werkelijk verheven niveau blijft zo (letterlijk) uit zicht. Behalve dan in de suggestievolle trillingen van Tiomkins mirakelmuziek. 'My bones are only held together by my imagination.'

zondag 28 augustus 2016

Les Misérables

'If that's justice, I say send me away!' Zanuck behield zowaar Victor Hugo's titel voor zijn massaproductie. Deze adaptatie zwiert dan ook met een verrassend lichte, Franse touch. Enkel in de galeischepen-passage laat Zanuck zijn big production values ronken. Een Ben-Hur kickje avant la lettre. Het mag, want het gaat daar wel om een belangrijke scene. De mysterieuze hoofdpersoon verraadt zich later juist dankzij zijn 'galeispieren'. Zo wordt het stevigste moment heel stilletjes ingekopt. Twee goede acteurs doen de rest. Charles Laughton personifieert strakgeschoren verfijning en afgemeten slechtheid. Vraag me af of ie ook wel eens een nazi speelde. Hij heeft hier in elk geval al lange leren laarzen aan. Als geobsedeerde politie-inspecteur volgt hij een kruimeldiefje door de decennia, terwijl laatstgenoemde zijn leven betert. Laughton blijft echter bij de schuld van een 'yellow passport convict'. Zijn obsessie wordt helaas nauwelijks nader verklaard. Toch zijn de twee acteerkanonnen elkaar en onze moeite waard. Frederic "Jekyll" March weet wel raad met gespletenheid. Bij hem geloof je de schizofrene kantjes van zijn Ave Maria bezinning-bezinging. Bonuspuntje nog voor Frances Drake als cynische side-lover. Zij zet de Jan de Bont-waardige slotactie in gang. Student demonstration time. 'Why shouldn't there be a place for me?' 'There is. Outside.'

zaterdag 27 augustus 2016

Little Vera

'Herinner je je nog dat je mij naar bed bracht. Toen al.' Pa zegt het vol trots en alcohol tegen zijn dochter. De omgekeerde wereld, op alle niveaus. Ook de Sovjet-Unie wankelt op haar laatste benen en zou weldra over de kop slaan. De wilde jeugd lijkt alvast een voorschotje te nemen, in groepen dansend op Teutoons stampende hits. Hun moves verraden dat ze stiekem al wat Swayze en Springsteen hebben gezien. Middelpunt is de spichtig kronkelende Vera. Met volvette coiffure en plamuur zet zij kameraden in vuur en vlam. Thuis bekijken pa en ma kleine 'Veerke' met afgrijzen. 'Sinds wanneer liggen er hier dollars op de grond?' Hun gemopper heeft dan nog wat liefs. Het hoort bij de Russen, net als de troep die daar nooit opgeruimd wordt. In cinemaland oogt pittoresk verval prettig oncomfortabel. Een 'maximoem' aan chaos. Vanaf het moment dat Vera de weinig serieuze Seryozha aan de haak slaat, verandert de toon echter. Rede- en reddeloosheid gaan overheersen. Deze Perestrojka-puber ontpopt zich als de Oostblokse variant op Betty Blue. Even expliciet en hysterisch genietend, maar met een gekte die van buitenaf binnendringt. Vera's vadertje wordt een metafoor. Terwijl iedereen vertwijfeld naar zingeving zoekt – seks, yoga, weckpotten – vindt hij die op de gebruikelijke plaats. Drank. Daar gaan meer dan alleen liefjes van kapot.

vrijdag 26 augustus 2016

Whisky Galore!

'My obstructive attitude!? Did I build this idiotic roadblock?' Eén van de Hebriden verkeert in rep en roer. Hun whisky raakt op! Meteen verdwijnen al die wereldoorlog-zorgen. Niet dat de nazi's zich ooit in deze uithoek zouden wagen... Het pittoresk claustrofobische eilandje ligt er schitterend verlaten bij. Je vliegt zo de bocht uit, de zee in. Inderdaad een Tight Little Island, zoals de alcoholvrije, ietwat Pynchoneske Amerikaanse filmtitel luidt. De bevolking moet haar dansjes nu doen zonder drankjes. Lastig, zeker met die vervelende 'home guard'-pief, en zijn ingebeelde gezag. Aan zee hoort het leven zijn uiterst landerige gangetje te gaan. Het deed me soms denken aan het pareltje The Small Back Room. De totale marges van de oorlog. Plaatselijke schonen flirten met lijzige stemmen. (Sensueel en hees van 'sticklips en cigarettes.') Een jonge Bill Clinton look-a-like poogt moed te verzamelen om zijn moeder de waarheid te vertellen. 'I've told you my terms and if you don't like them, you can go to... Glasgow.' Maar nu loop ik op de zaken vooruit. Die moed vindt hij immers pas als de bevolking een schip 'vindt'. En de cargo van dat schip, die komt als – geroken. Kortom, een klucht zo licht als een Radlertje. Door Ealing studios gelukkig op locatie opgenomen. Fruitig, maar na een paar glaasjes niet al te fris meer. 'Long may your something reek.'